De Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) Bornem wordt jaarlijks aangepast in het najaar, waarbij de vernieuwde versie in werking treedt op 1 januari van het volgende jaar.
In februari 2024 werden ingrijpende wijzigingen aangebracht aan het strafwetboek, die eveneens een impact hebben op de GAS-wetgeving. De inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek is (voorlopig) gepland op 8 april 2026. De gemeenteraad dient de noodzakelijke aanpassingen in de ABP door te voeren om in overeenstemming te blijven met de bepalingen van het nieuwe strafwetboek.
De meest actuele versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) Bornem werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 9 december 2025 en trad in werking op 1 januari 2026.
In februari 2024 werden ingrijpende wijzigingen aangebracht aan het strafwetboek (SWB). De inwerkingtreding van dit gewijzigd SWB (in principe) is gepland twee jaar na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, ofwel specifiek op 8 april 2026. Vanaf die datum zou het geheel nieuwe strafwetboek van toepassing zijn in het Belgisch rechtssysteem.
De invoering van het nieuw strafwetboek heeft ook een impact op de GAS-wetgeving, meer bepaald op volgende punten:
1. De politiestraffen verdwijnen
Dit betekent dat gemeenten voor de handhaving van hun lokale politieverordeningen voortaan enkel nog kunnen kiezen voor GAS-sancties en niet meer voor politiestraffen.
In het verleden werd door de gemeente Bornem reeds de keuze gemaakt om te werken met GAS-sancties en niet (meer) met politiestraffen. Deze wijziging heeft dus geen gevolg voor de GAS-werking of de inhoud van de ABP.
2. Een aantal misdrijven die momenteel aparte gemengde inbreuken zijn, worden samengebracht in één allesomvattende bepaling met gewijzigde omschrijving
Dit houdt in dat de gemengde inbreuken die momenteel zijn opgenomen in de ABP gewijzigd moeten worden naar de bepalingen en omschrijvingen van het nieuwe strafwetboek. Het gaat meer bepaald om volgende gemengde inbreuken in de ABP Bornem:
Om deze artikelen te kunnen aanpassen in de ABP, moet echter eerst de GAS-wet van 24 juni 2013 worden gewijzigd. In de GAS-wet worden immers de gemengde inbreuken inhoudelijk opgesomd. Aangezien de gemengde inbreuken in de hierboven vermeldde artikelen van de ABP verwijzen naar het oude strafwetboek, zal op deze artikelen vanaf 8 april 2026 niet meer geverbaliseerd kunnen worden en dienen deze artikelen te worden opgeheven in afwachting van de nieuwe omschrijvingen in de nog te wijzigen GAS-wet.
Er is op dit moment nog geen concrete datum voor de aanpassing van de GAS-wet bekend. Uit laatste informele berichten vanuit de federale administratie blijkt dat de wijziging zou worden opgenomen in een Wet Algemene Bepalingen, die niet mag worden verwacht voor de datum van 8 april 2026.
Dit betekent dat vanaf 8 april 2026 geen GAS-sancties meer kunnen worden opgelegd voor de hierboven vermeldde gemengde inbreuken, met mogelijke straffeloosheid voor die inbreuken tot gevolg. Bovendien zullen alle lopende GAS-procedures vanaf die datum door de sanctionerend ambtenaar moeten worden stopgezet.
3. Een aantal overtredingen worden gedepenaliseerd
Het gaat meer bepaald over de inbreuken ‘nachtlawaai’ en ‘feitelijkheden en lichte gewelddaden’.
Doordat deze inbreuken vanaf 8 april 2026 niet meer strafbaar zullen zijn in het strafwetboek, kan de gemeente deze handelingen opnemen als een (niet-gemengde) GAS1-inbreuk en zo vermijden dat deze gedragingen straffeloos zouden worden. Hiervoor moet niet gewacht worden op een wijziging van de GAS-wet.
Het misdrijf omschreven in het huidige artikel 563, 3° SWB (‘Feitelijkheden en lichte gewelddaden’) zal in het nieuwe SWB opgewaardeerd worden tot een misdrijf met een correctioneel strafniveau wanneer er sprake kan zijn van een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid. De andere gedragingen zullen niet langer onder de actieradius van het strafwetboek vallen.
De depenalisering betreft dus die handelingen waarbij geen enkele link kan worden gemaakt met een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid (Parl. St. Kamer, 2022-2023, nr.55-3518/001, 43), bijvoorbeeld:
Als we deze specifieke handelingen nog wensen te handhaven onder de vorm van een niet-gemengde inbreuk, zullen we in de ABP een nieuwe GAS1-bepaling moeten opnemen die deels of volledig de gedepenaliseerde delen van het huidige artikel in het SWB dekt.
Het voorgestelde nieuwe artikel 83 van de ABP dekt – weliswaar in meer eigentijds taalgebruik – de gedepenaliseerde bepaling uit huidig artikel 563, 3° SWB (“Zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen”) en neemt één voorbeeld over uit de parlementaire bespreking, namelijk het trekken aan iemands kleren. De andere voorbeelden zoals het afnemen van iemands hoed of het werpen van nies- of jeukpoeder lijken niet langer te beantwoorden aan overlastfenomenen die nog voorkomen binnen de huidige tijdsgeest en worden daarom niet meer expliciet opgenomen.
Het College van procureurs-generaal heeft aan Minister van Justitie Annelies Verlinden echter gevraagd om de invoering van het nieuwe strafwetboek uit te stellen, minstens tot na de zomer, aangezien er nog aanpassingen moeten gebeuren aan de verkeerswetgeving en de GAS-wetgeving. In het verleden werd op deze vraag van het College van procureurs-generaal niet ingegaan, maar op donderdag 26 februari 2026 liet Minister Verlinden in de Kamer toch een opening voor een beperkt uitstel voor de inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek (tot 1 september 2026). Dit betekent dat het nog niet duidelijk is of het nieuwe Strafwetboek daadwerkelijk in werking zal treden op 8 april 2026.
Om te vermijden dat we in een situatie terechtkomen waarin het strafwetboek effectief in werking treedt op 8 april 2026 en de inbreuken ‘nachtlawaai’ en ‘feitelijkheden en lichte gewelddaden’ straffeloos worden, wordt daarom de ABP op twee vlakken aangepast:
De ABP zal op een later moment nogmaals moeten worden aangepast om de nieuwe bepalingen van de gemengde inbreuken op te nemen, maar hiervoor dient eerst de GAS-wet van 24 juni 2013 te worden gewijzigd.
Gelet op het feit dat er geen nieuwe inbreuken worden toegevoegd aan de ABP, maar de aanpassingen enkel veranderingen in de omschrijving en depenalisering betreffen, is geen advies van de jeugdraad noodzakelijk voor deze wijziging van de ABP.
De datum van inwerkingtreding wordt op 8 april 2026 gezet, tenzij de inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek wordt uitgesteld door de federale regering. In dat geval zullen de aanpassingen in werking treden op de door de federale regering bepaalde dag van inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aangepaste versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening Bornem goed te keuren.
Geen
Artikel 1
De bijgevoegde versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening Bornem (versie met wijzigingen tot GR 10/03/2026) wordt goedgekeurd en treedt in werking vanaf 8 april 2026, tenzij de inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek wordt uitgesteld door de federale regering. In dat geval zullen de aanpassingen in werking treden op de door de federale regering bepaalde dag van inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek.
Artikel 2
De gewijzigde versie van de politieverordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 3
De gemeenteraad geeft opdracht om een afschrift van deze beslissing en een nieuwe versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening Bornem te bezorgen aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en de griffie van de politierechtbank van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen, alsook aan de Procureur des Konings.