Bij de start van de nieuwe legislatuur worden alle belasting- en retributiereglementen geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om het belastingreglement ‘Omgevingsvergunning’ te hernemen.
De financiële toestand van de gemeente vereist het heffen van belastingen.
Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet en daarmee vergelijkbare procedures inzake ioniserende stralingen en springstoffen vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen en het is billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.
Sommige meldingen of aanvragen worden niet expliciet vermeld in het decreet of de KB's maar hangen wel samen met de omgevingsvergunningen. Ook het behandelen van deze zaken vraagt een inzet van de gemeentelijke middelen en is het dus billijk om ook deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel dit gebeurt.
Er wordt geen onderscheid gemaakt in de tarieven wanneer de gemeente optreedt in het kader als adviserende overheid of als vergunningverlenende overheid omdat dit geen significante vermindering van tijdsinvestering tot gevolg heeft.
Sommige positieve beslissingen hebben een sterke financiële consequentie voor de aanvrager, het is dan ook te verdedigen dat de gemeente hiervoor een billijke tussenkomst voor krijgt ter algemene financiering. Uitbreidingen van bedrijfspanden hebben bij een positieve beslissing ook een (sterke) positieve financiële consequentie. De uitbreiding van bedrijfspanden zijn gepland voor lange termijn. De gemeente heft een jaarlijkse bedrijfsbelasting en de uitbreiding heeft hier een positieve impact op. Daarom wordt er geen extra eenmalige belasting geheven voor uitbreidingen van bedrijfspanden en terreinen. Bedrijven die verkavelingen en/of appartementen bouwen doen dit meestal om de gronden of gebouwen te verkopen, zij dragen jaarlijks op lange termijn niet bij via de gemeentelijke bedrijfsbelasting.
De overheden (gemeente, OCMW, autonome gemeentebedrijven, politiezone, hulpverleningszone, sociale huisvestingsmaatschappijen en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden,...) waar de gemeente deel van uitmaakt worden van deze belasting vrijgesteld. Dit is billijk omdat de gemeente deel uitmaakt van deze overheden en dan ook direct (extra kosten) of indirect (minder middelen voor de betreffende overheid om te besteden in de door de gemeente gewenste dienstverlening/projecten) deze taxatie dient te compenseren. Bovendien oefenen deze betrokken overheden taken van algemeen belang uit, waarbij hun afstemming op het algemeen belang gewaarborgd wordt bij of krachtens het decreet Lokaal Bestuur of de Vlaamse Wooncode.
De belasting die volgt uit deel II kan worden teruggevraagd wanneer de omgevingsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt toegelaten. Dergelijke dossiers worden in de meeste gevallen in overleg behandeld. Onder normale omstandigheden zal de intrekking van de aanvraag of een negatieve beslissing gebeuren in overleg met het bestuur en zal de terugbetaling worden toegekend wanneer dit gemotiveerd gevraagd wordt. In het geval de weigering of intrekking voortvloeit uit kennelijke onregelmatigheden (legaliteitsbelemmeringen) en niet louter uit het miskennen van een zorgplicht of de goede ruimtelijke ordening en waardoor de intrekking of de negatieve beslissing met betrekking tot de aanvraag volledig toe te wijzen is aan de aanvrager, dan wenst het bestuur de mogelijkheid te hebben om in dergelijke gevallen deze terugbetaling niet of niet volledig toe te kennen. Oorspronkelijk was de termijn om de vraag tot terugbetaling beperkt tot de bezwaarperiode van de belasting die 3 maanden bedraagt. Deze periode is zo kort dat het in sommige gevallen mogelijk is dat er nog geen definitieve beslissing is of de omgevingsvergunning is toegelaten of niet. Theoretisch dient een belastingaanslag binnen de 5 jaar te zijn afgewerkt. Rekening houdend met deze 5 jaar, is de periode om de belasting die gebaseerd is op artikel 7 te kunnen terugvragen gebracht op 4 jaar en 6 maanden. Dit geeft de gemeente 6 maanden om een dossier af te werken dat op het laatste moment wordt ingediend. De belastingplichtige of belastingschuldige zal via deze wijziging van termijn meer rechten krijgen dan in de oorspronkelijke belastingreglementen. Dit verantwoordt de aanpassing van deze termijn met terugwerkende kracht.
De inkomsten worden voorzien in het strategisch meerjarenplan 2026 - 2031.
Enig artikel
Het belastingreglement met als titel 'Omgevingsvergunning' zoals bepaald in bijlage wordt goedgekeurd.